Circulaire oplossingen voor dataservers

Leestijd: 15 minuten

Hoe eindgebruikers in de MRA kunnen worden gestimuleerd

Hoewel de meesten het inmiddels hebben gehad met thuiswerken, heeft het afgelopen jaar wel geresulteerd in een CO2-reductie van 40% in het autoverkeer. Gelukkig kunnen we nog met elkaar videobellen. Maar niet iedereen realiseert zich dat dit leidt tot meer dataverkeer. En dat die groeiende vraag naar data ook een grote impact op het milieu heeft. In dit artikel geeft Jelle Westervaarder, onderzoeksstagiair bij de Amsterdam Economic Board, handige tips hoe verschillende gebruikers hier met allerlei circulaire oplossingen toch veel aan kunnen doen. En hoe je deze gebruikers in beweging kan krijgen.

De MRA: Europa’s grootste Data Hotspot

Dataverkeer bestaat niet uit een enorme wolk of “Cloud” dat zich voedt aan onweer. Voor elke vorm van datagebruik zijn servers nodig. De meeste Nederlandse servers staan in grote datacenters in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Met maar liefst 36% van het Europese marktaandeel in datacentercapaciteit, vormt Amsterdam de grootste Data hotspot van heel Europa. En de vraag naar data in de metropoolregio groeit en wel met zo’n 19% per jaar. Als dit zo doorgaat, is de vraag in 2030 al 6,6x zo groot ten opzichte van het afgelopen jaar. Bovendien groeit de behoefte aan stroom. Zo verbruikte deze datacenters in 2019 ongeveer 1300MW en afgelopen jaar al meer dan 16000MW. Dit is genoeg om een kleine half miljoen huishoudens van stroom te voorzien.

Dat stroomverbruik is dus enorm belangrijk voor de duurzaamheid van dataservers. De duurzaamheid van dataservers wordt dan ook vaak afgemeten aan het energieverbruik tijdens de levensduur. Zo is de Power Usage Effectiveness (PUE) in de datasector één van de meest gebruikte indicatoren van duurzaamheid. Maar de productie en afdanking van servers hebben ook een grote impact op mens en milieu. En met de groeiende vraag naar data, groeit de urgentie van dit probleem.

Waarom van lineair naar circulair?

Servers bevatten namelijk 10 van de 30 kritieke grondstoffen die in vele gevallen worden gewonnen onder slechte arbeidsomstandigheden. Het gebruik van deze grondstoffen wordt bovendien ook vaak gelinkt aan klimaatverandering en vervuiling. En de gemiddelde levensduur van een server is maar 3-5 jaar. In Nederland wordt jaarlijks al iets meer dan het gewicht van de Eiffeltoren (c.a. 7,4 ton) aan servers afgedankt. Hiervan wordt circa 65% naar het buitenland geëxporteerd, waar weinig controle is op de verwerkingsprocessen.

Zo belandt een deel van deze servers op zogeheten “Scrap Yards”. Hier stapelt het zich op en wordt het dikwijls verbrandt. In dit proces gaan materialen verloren die juist essentieel zijn voor digitale ontwikkelingen. En niet alleen voor digitalisering. Deze grondstoffen worden ook gebruikt om duurzame energie op te wekken en om energie op te slaan in bijvoorbeeld elektrische auto’s. Als er niet gauw iets verandert zijn sommige van deze materialen al binnen 10-30 jaar op. Het is daarom essentieel dat we zuiniger met deze materialen omgaan en dat deze zo lang mogelijk in de omloop blijven. Recycling zou de allerlaatste optie moeten zijn en vernietiging moet ten allen tijden worden voorkomen.

Gelukkig is tot velen doorgedrongen dat een circulaire economie geen ideaalbeeld meer is, maar een absolute noodzaak. Daarom heeft de Amsterdam Economic Board  in de missie naar een slim, groen en gezonde Metropool Amsterdam (MRA) het doel geformuleerd om tot volledig circulaire datasector te komen in 2050. Zij zet hier via het initiatief LEAP op in.

In opdracht van de Board heb ik onderzocht hoe deze transitie kan worden ingezet, en wel door een zetje te geven bij het inkoopbeleid van eindgebruikers van dataservers: kleine of grote organisaties die zelf in het bezit zijn van dataservers, dataservers huren en/of datadiensten afnemen van andere organisaties.

Circulaire oplossingen!

Misschien vraag je jezelf nog steeds af of circulaire oplossingen niet alleen bestemd zijn voor de allergroenste onder ons. Maar het mooie van Circulaire Economie, is dat er zoveel verschillende oplossingen zijn. En wist je dat voor veel van deze oplossingen niet eens een duurzame visie en/of grote aanpassingen nodig zijn? Buiten milieuwinst hebben veel circulaire oplossingen namelijk ook financiële en bedrijfstechnische voordelen. Zo kan, juist door te sturen op een open vraag en functionele criteria, worden voorkomen dat goede en betaalbare oplossingen worden uitgesloten. Bovendien hebben servers vaak een restwaarde en leiden goede afspraken over terugname eenvoudig tot kostenbesparingen en meer hergebruik.

Als een eindgebruiker liever niet zoveel nadenkt over de inkoop en afdanking, is een dienstcontract met de leverancier weer een ideale oplossing. Hier worden servers als dienst afgenomen en blijft de leverancier dus eigendom van de hardware. Zo kan een organisatie tegen een lage prijs beschikken over de nieuwste apparatuur, wordt deze gerepareerd en indien nodig vervangen. Bovendien is het soms alleen noodzakelijk om specifieke modulen te vervangen, maar is de rest van de server nog prima bruikbaar. Ook hier kunnen kosten worden bespaard. Zo zijn er nog veel meer circulaire oplossingen. Maar je moet wel per situatie bekijken welke oplossing(en) je het best kan aandragen. Als hulpmiddel, zijn verschillende oplossingen geplaatst binnen het onderstaande model:

De oplossingen zijn beoordeeld op complexiteit van realisatie en potentiële impact op het circulaire inkoopbeleid. Een oplossing kan om verschillende redenen complex of eenvoudig zijn om te realiseren. Dit verschilt dan ook per eindgebruiker. Hetzelfde geldt voor de circulariteit van het inkoopbeleid. Sommige oplossingen hebben op zichzelf al veel potentiële impact, maar andere zijn sterk afhankelijk van de huidige processen. Om de perfecte oplossing te vinden, zal je eerst moeten bekijken met wat voor type eindgebruiker je te maken hebt.

Verschillende typen eindgebruikers

Wil je als externe consultant of als interne enthousiasteling een organisatie in beweging krijgen, dan is het belangrijk dat je een paar zaken in kaart brengt. Zo helpt het om vast te stellen hoe het huidige inkoopproces is ingericht, wat de huidige criteria zijn bij aankoop en afdanking, welke doelstellingen er al zijn vastgelegd en welke middelen er beschikbaar zijn. Dit is in feite de voorraadkast en bepaalt, afhankelijk van het doel, welke ingrediënten er nog in huis moet worden gehaald. En de eindgebruiker is hier eigenlijk zowel de klant, met eisen, als kok, met of zonder ervaring. Het doel is dan ook om het de eindgebruiker zo gemakkelijk mogelijk te maken. Om je op weg te helpen, is “de eindgebruiker” opgedeeld in vier soorten typen:

De eindgebruikers zijn gedefinieerd aan de hand van de adaptiviteit en de visie op circulair vlak. De adaptiviteit is het vermogen om (circulaire) veranderingen door te voeren in het huidige inkoopproces. De circulaire visie is de mate waarop de eindgebruiker circulair wil inkopen

Koploper

Deze eindgebruiker staat vooraan in de rij om te innoveren op circulair gebied en is hier ook nog eens goed toe in staat. Maar ook een chef-kok kan een extra handje gebruiken. Je kan de koploper relatief gezien de meest complexe en impactvolle oplossingen aandragen. Zo vervult de koploper niet alleen een voorbeeldfunctie voor andere eindgebruikers, maar ook voor jou. De uitdagingen die je samen met de koploper tegenkomt, spelen namelijk hoog waarschijnlijk ook voor de andere eindgebruikers. Kortom, een mooi uitdaging.

Visionair

Qua circulaire visie zit het met de visionair meer dan goed, maar het hoe dat is een grote vraag. De visionair zal dan ook alle hulp met open handen ontvangen. Met de ondersteuning, kan deze eindgebruiker oplossingen adopteren die relatief iets eenvoudiger zijn te realiseren, maar wel veel circulaire impact hebben. Zo treedt de visionair in het spoor van de koploper. Bovendien dient de visionair als goed voorbeeld voor eindgebruikers die tot minder radicale oplossingen instaat of bereid zijn.

Treuzelaar

Bij de treuzelaar komen de mobilisatietips wellicht het beste tot zijn recht. Deze eindgebruiker is namelijk wel goed instaat om te innoveren op circulair vlak, maar voelt nog niet de urgentie. Het is dan ook jouw doel om deze vlam aan te wakkeren. Dit kan met relatief complexere oplossingen, die vooral financiële en procesmatige voordelen hebben. Het is dan ook noodzakelijk om de treuzelaar te overtuigen van deze voordelen daar vanuit de circulaire lat zo hoog mogelijk te leggen. En wat toont de voordelen beter aan dan een geslaagd project? De koploper en visionair zijn hiervoor meer dan geschikte praktijkvoorbeelden!

Achterblijver

Over uitdagingen gesproken. Waar de visionair en treuzelaar nog excelleren op respectievelijk circulaire visie en adaptiviteit, komt de achterblijver op beiden vlakken te kort. Maar hoe mobiliseer je een eindgebruiker die minder makkelijk aanpassingen doorvoert en tegelijkertijd niet veel noodzaak voelt? Het initiatief zou hier vooral vanuit jou moeten komen. In de eerste instantie zal je de drempel moeten verlagen door oplossingen te overwegen die relatief eenvoudig zijn te realiseren. Daarnaast ligt hier ook voor de hand dat deze oplossingen, net als bij de treuzelaar, vooral voordelig zijn vanuit economisch en bedrijfskundig perspectief. Vanuit deze oplossingen kan je uitbouwen naar een meer circulair proces. Het is hier misschien wel het meest belangrijk om een voorbeeld te nemen aan andere eindgebruikers. Alle lessen hieruit maken het namelijk beter mogelijk om ook de achterblijver te mobiliseren richting een volledig circulair inkoopbeleid.

Hoe kunnen barrières worden omgezet in kansen?

De transitie naar een circulair inkoopbeleid neemt per eindgebruiker de nodige uitdagingen met zich mee. Maar veel innovaties zijn immers geboren uit het omgaan met ambiguïteit: Een barrière vormt namelijk tegelijkertijd een kans om te verbeteren. Daarom zijn mogelijke barrières/drempels onderzocht op de route naar een volledig circulair inkoopbeleid. Voor deze barrières zijn kansen gevonden die deze drempels kunnen uitvlakken of zelfs wegnemen. Het mooie hiervan is dat veel van deze kansen weinig aanpassingen vergen, terwijl ze wel veel potentiële impact hebben.

Zo is het soms lastig om de ontwikkelingen van servers bij te houden, waardoor niet iedereen alle kennis in huis heeft. Maar het helpt hier al enorm als je zorgt dat je in elk geval op één lijn ligt over de term: “Circulariteit”. Want wat is circulariteit eigenlijk? Is dit enkel het gebruik van restwarmte of moet hergebruik van servers, componenten en materialen ook worden meegenomen? En gelukkig hoef je de circulariteit van een oplossing niet altijd zelf te beoordelen. Er bestaan namelijk al verschillende normen, labels en certificaten voor recycling en hergebruik, zoals ISO 14001 en WEEELABEX. Daarnaast kan de dataveiligheid van de eindgebruiker en haar klanten worden gegarandeerd met normen, zoals ISO 27001, NEN 7510 en de AVG (GDPR).

Tegelijkertijd kunnen deze nog worden aangescherpt of aangevuld met bijvoorbeeld normen en certificaten voor repareerbaarheid en het gebruik van kritieke grondstoffen. Ook is het belangrijk om je te realiseren dat leveranciers verdienen op de verkoop van nieuwe servers. Deze barrière kan je aangrijpen als kans om de samenwerking tussen de eindgebruiker en de leverancier te verbeteren. Dit kan bijvoorbeeld door gezamenlijk incentives in te bouwen in contractovereenkomsten, zoals een bonus voor CO2-reductie. Deze en andere oplossingen/kansen, zijn verwerkt in algemene en eindgebruiker-specifieke tips waarmee jij de eindgebruikers kunt mobiliseren.

Het mobiliseren van de eindgebruikers

De mobilisatietips zijn opgedeeld in vier categorieën. Als hulpmiddel, zijn de mobilisatietips gekoppeld aan de vier typen eindgebruikers. Het is natuurlijk nog steeds van belang om per situatie te bekijken welke tips relevant zijn en welke stappen de hoogste prioriteit hebben.

  1. Motivatie en bewustzijn: Dit zijn tips om de eindgebruiker bewust te maken van de noodzaak en de voordelen van het toepassen van circulaire oplossingen. Het is dan ook van belang dat eindgebruikers niet alleen excentriek, maar vooral ook intrinsiek worden gemotiveerd. Ik kan je bijvoorbeeld wel vertellen dat je moet beginnen met koken, maar niks werkt beter dan honger.
  2. Het vormgeven van een circulaire vraag: Deze tips helpen om het optimale te halen uit het doel om meer circulair te worden. Door de vraag zo optimaal mogelijk vorm te geven, wordt het aanbod immers zo goed mogelijk benut.
  3. Verdere ondersteuning: Eindgebruikers kan je ook op andere vlakken van ondersteuning voorzien. Deze tips maken het, net als de andere tips, makkelijker voor de eindgebruikers om tot een circulaire vraag te komen. Van een koploper tot achterblijver, kan iedereen wel hulp gebruiken.
  4. Kennisdeling: Dit lijkt misschien niet de meest belangrijke categorie, maar het delen van kennis is essentieel om tot een volledig circulaire MRA te komen. Door kennisdeling te faciliteren, maak je het mogelijk voor eindgebruikers en leveranciers om van elkaar te leren. Zo zorg je dat de neuzen dezelfde kant op staan en het is goed voor je groene imago.

 

 

 

Wil je meer weten? De volledige uitwerking kan worden teruggevonden in het rapport: Circulaire Oplossingen voor Dataservers dat Jelle Westervaarder, student Science Business and Innovation aan de Vrij Universiteit Amsterdam, opstelde in het kader van zijn stage bij de Amsterdam Economic Board.

Goed artikel?

Laat hier achter hoeveel sterren jij het waard vindt.

[Totaal: 9   Gemiddelde:  4.6/5]