De data-economie groeit enorm, maar willen we dat wel?

Leestijd: 10 minuten

Steeds meer bedrijven verdienen hun geld met dé grondstof van de 21ste eeuw: data. Aan de ene kant profiteert de regio Amsterdam – als innovatie-hotspot met een grote digitale sector – enorm van deze ontwikkeling. Aan de andere kant zijn er grote zorgen over de keerzijden van dit opkomende economische systeem: Hoe delen we data op een veilige en betrouwbare manier? Hoe houden we zeggenschap over onze persoonlijk data?

Onze omgeving wordt ‘slimmer’ en genereert meer data dan ooit tevoren. Maar belangrijker nog, wijzelf produceren gigantische hoeveelheden data, met onze smartphones, onze zoekopdrachten of de reviews die we maken. In 2020 genereert een persoon 1,7 megabyte per seconde.

Volgens de Europese Commissie wordt inmiddels zo’n 380 miljard euro verdiend in de Europese data-economie, en de verwachting is dat dit doorgroeit tot zo’n 680 miljard in 2025. Kortom, data wordt steeds waardevoller. Maar eigenlijk staat de data-economie nog maar in de kinderschoenen.

Met de komst van het Internet der Dingen+ Internet der Dingen (Engels: Internet of Things (IoT)) refereert aan de situatie dat door mensen bediende computers (desktops, laptops, tablets, smartphones) in de minderheid zullen zijn op het internet. De meerderheid van de internetgebruikers zal in deze visie bestaan uit semi-intelligente apparaten, zogenaamde embedded systems. Alledaagse voorwerpen worden hierdoor een entiteit op het internet, die kunnen communiceren met personen en met andere objecten, en die op grond hiervan autonome beslissingen kunnen nemen. Lees meer op Wikipedia. zal er veel data beschikbaar komen. Meer en meer bedrijven hanteren een verdienmodel waarbij data wordt aangekocht, verzameld of verkocht. De kosten voor het opslaan van data zijn enorm gedaald, terwijl de capaciteit voor het opslaan ongeveer elk jaar verdubbelt (Kryder’s law). En het wordt steeds eenvoudiger om data te kunnen delen en er inzichten aan te onttrekken met behulp van AI-systemen en applicaties.

Toch wordt op dit moment slechts 1% van alle data werkelijk gebruikt, gedeeld of geanalyseerd. De verwachting is dat dit de komende jaren verandert door de volgende 3 trends.

3 trends voor de groei van de data economie

Trend 1: De opkomst van platformen en nieuwe businessmodellen

De concurrentie tussen bedrijven verschuift van producten en diensten naar platformen en bijbehorende ecosystemen van bedrijven die aanvullende toepassingen ontwikkelen op basis van het platform.

 

Trend 2: Internet der Dingen

De opkomst van Internet of Things, ook wel IoT, een netwerk van fysieke objecten of ‘dingen’ maakt nog veel meer dataverzameling mogelijk. Semi-intelligente computers gaan met elkaar ‘praten’, gegevens uitwisselen van sensoren, welke verhandeld kunnen worden.

 

 

Trend 3: Big Data en kunstmatige intelligentie

Zonder enorme datasets om neurale netwerken te trainen, zou de huidige generatie AI-systemen en -applicaties niet bestaan. En zonder Big Data en AI zouden we natuurlijk niet de volgende generatie digitale assistenten, robots en drones hebben die beloven ons werk en persoonlijke leven ingrijpend te veranderen.

Waar gaat het naar toe met de data-economie?

In de afgelopen twee decennia is gebleken dat de ‘restdata’, gegevens die mensen achterlaten bij hun zoekopdrachten op het internet, zeer waardevol zijn. Zo kan, bijvoorbeeld, Google voorspellen waar en wanneer er een griepepidemie uitbreekt aan de hand van zoekopdrachten. Dat is waardevolle informatie om griep effectiever en goedkoper te bestrijden. Iets waar we allen baat bij hebben.

Maar restdata kan ook worden gebruikt om het gedrag van de internetgebruiker te voorspellen. Internet-advertenties kunnen zo heel doelgericht en effectief worden ingezet. Hierdoor wordt restdata interessant om te verhandelen en wordt het een (bij-)verdienmodel.

En precies die laatste ontwikkeling domineert momenteel de richting van de data-economie.

Ken je de hype rondom Pokémon GO nog, het augmented reality spel dat door miljoenen mensen overal ter wereld werd gespeeld? Het leek een vrij onschuldig spel waarin je werd verleid om de straat of het park in te gaan om Pokémons te vangen met je mobiele telefoon. Op de achtergrond ontwikkelde zich een van de grootste gedragsexperimenten aller tijden. Hoe kunnen de makers van het spel jou naar een gebied of winkel lokken in de hoop dat je producten gaat kopen? En dan ook nog op een manier dat je zoveel mogelijk plezier beleeft en zo min mogelijk klaagt? Met behulp van gps-tracking, augmented reality en een systeem van beloningen werd je gedrag geprikkeld en gestuurd met het uiteindelijke doel dat je naar een bepaalde locatie beweegt. Uiteindelijk met het doel om data over jou gedrag te verzamelen en tegelijkertijd data te verkopen aan partijen op die locatie, zodat zij bijv. drinken of eten aan je verkopen.

Het gaat niet om de data die je bewust invoert wanneer je een bestelling doet bij een webwinkel, of de inlogdata van je Facebookpagina, maar juist om de ‘ruis’ daaromheen. Alle data die je onbewust prijsgeeft: je likes, surfgedrag, contacten, tijd die je op een webpagina doorbrengt, en meer. Al die informatie wordt systematisch verzameld en gebruikt om jouw gedrag te voorspellen. Om jou te sturen.

Wat zich ontvouwt, is een specifieke vorm van een data-economie: surveillance kapitalisme. Harvard-hoogleraar Shoshanna Zuboff schrijft hierover in haar boek The Age of Surveillance Capitalism. Zij luidt de noodklok over het ontwikkelingspad van de data-economie en hoe verwarring en verhulling tactieken van tech-bedrijven het mogelijk maken dat we vrijwel geen zeggenschap meer hebben over onze eigen data. Tegenlicht maakte een uitstekende uitzending over deze vorm van data economie.

Hoe staat het ervoor op ons eigen continent? Als we de Europese Commissie geloven, gaat het vrije verkeer van niet-persoonsgebonden data enorm toenemen in Europa. Hiervoor wordt gewerkt aan beleid om in de Europese Unie één interne digitale markt ofwel Digital Single Market te maken. Dit houdt in dat er vrij verkeer is van allerlei soorten data binnen de grenzen van de EU. Wat je daar praktisch al van merkt als Europeaan is dat je vanuit elke EU-lidstaat online kunt shoppen in alle andere lidstaten, en dat je online televisie kunt kijken in de hele EU, niet alleen binnen je eigen landsgrenzen. Al werkt dat allemaal nog niet optimaal.

De datastromen waar je niet veel van ziet zijn nog belangrijker, bijvoorbeeld routedata voor je gps, medische gegevens of  data die nodig is voor een slim elektriciteitsnet. Om nuttig te zijn moet data worden uitgewisseld tussen verschillende bedrijven of tussen overheden en bedrijven. Dat gebeurt via data-exchanges, ofwel data-marktplaatsen. Die moeten de spil worden van de Europese data-economie. Op dit moment is data delen vaak nog té ingewikkeld en té risicovol voor bedrijven. Technisch gezien zijn er veel mogelijkheden om data te delen. Maar de cruciale vraag is hoe we de omgeving zo inrichten dat je op een vertrouwde en veilige manier data kan delen. Als organisatie en misschien ook als persoon.

Voorbeelden van Europese marktplaatsen+ Zie de websites van Streamr, Ishare, DAWEX, API-Agro waarop je al gegevens kan verhandelen zijn er inmiddels meer dan een handvol. Toch hebben ook zij moeite om te groeien. Er moet eerst vertrouwen zijn voordat gebruikers op grote schaal met één van deze marktplaatsen in zee gaan. Daarnaast is er ook meer duidelijkheid nodig over de waarde of inzichten die je uit datasets kan halen als gebruiker.

Wat betekent de ontwikkeling van de data-economie voor de Metropoolregio Amsterdam?

We zien in onze regio veel partijen die direct of indirect te maken hebben met de data-economie. Denk aan tech bedrijven als booking, TomTom, Adyen, PicNic. Denk aan kennisinstellingen als het CWI, het AMS institute, ICAI en Amsterdam Data Science en nog veel meer partijen.

Ook in de Economische Verkenningen van de regio zien we het terugkomen: in de afgelopen decennia zien we de ontwikkeling van een mondiaal concurrerende diensteneconomie. Met niches in Informatie en communicatie, Specialistische zakelijke diensten en Financiële diensten. Dit zijn allemaal sectoren die voortstuwen op digitalisering en vooraan lopen bij de ontwikkeling van de data economie.

Precieze cijfers over de omvang van onze regionale data-economie ontbreken helaas, maar er zijn wel cijfers over de data-economie van heel Nederland. Volgens de Europese Commissie is Nederland koploper op gebied van de Digital Economy en Society. De Nederlandse Data Economie bedroeg in 2018 3,1% (ongeveer 22 miljard euro) van het bruto nationaal product. En als we uitgaan van het feit dat de regio een aandeel heeft van 20% in de nationale economie in combinatie met de sterke digitale niches, dan is de regio een belangrijke motor in de data economie.

Maar wat voor data economie willen we eigenlijk in een slimme, groene en gezonde metropool?

Als regio zijn we heel goed in data-driven business, AI en onderzoek, maar het is zorgelijk dat we zo weinig controle hebben over data.

Mede daarom heeft de regio een sterk signaal afgegeven met het Tada manifest: “Data. Ze zijn een belofte voor het leven in de stad. Met data kunnen we problemen van moderne steden de baas. Maar alleen als mensen zeggenschap en controle blijven houden over data en niet andersom.”

Daarnaast blijft het belangrijk om focus te houden op de gezamenlijke doelen waarvoor we data zouden willen delen. Dat gaat over de vraag hoe de data-economie kan bijdragen aan oplossingen voor de grootstedelijke uitdagingen van de regio. Bijvoorbeeld, hoe kunnen we data gebruiken om grondstoffen langer her te gebruiken in een circulaire economie?  Hoe kunnen we data gebruiken om minder lang ziek te zijn of zelfs te voorkomen dat we ziek worden? Hoe kunnen we data gebruiken om gemakkelijker en gezonder te reizen in de stad? Het delen van data dient uiteindelijk een gezamenlijk doel, waarbij je tevens monopolieposities wil voorkomen. Je wilt niet dat één bedrijf al onze data beheert, en zeker geen bedrijf dat zich niet aan de Europese regels houdt (wat helaas regelmatig voorkomt). Data op eerlijke wijze delen stimuleert innovatie en de data-economie.

Ten slotte is het nodig dat we meer het gesprek voeren over de verschillende aspecten van de data-economie die we willen in de regio en de keerzijden ervan. De data-economie is niet zwart of wit. We gaan er zelf over. Wij hebben de keuze om die samen vorm te geven op de manier dat mensen en bedrijven zeggenschap en controle houden over hun eigen data. Hiervoor is samenwerking en innovatie nodig op regionaal, nationaal en Europees niveau.

Lees meer over de grootste uitdagingen voor het delen van data, volgens Axel Berg, manager SURF Open Innovation Lab.

Lees meer over de visie op data delen van Leon Gommans, bijzonder hoogleraar Data Exchange Systems aan de UvA en Science Officer Air France-KLM Group

Goed artikel?

Laat hier achter hoeveel sterren jij het waard vindt.

[Totaal: 5    Gemiddelde: 5/5]