Living Labs #2: goed testen in de stad versnelt uitrol innovaties

Leestijd: 10 minuten

Wat betekenen Livings Labs voor de Metropool Amsterdam? De komende weken geven we een podium aan diverse Living Labs binnen de regio. In deel 2 van deze serie spreken we met Leendert Verhoef, programmaleider Living Labs, van AMS Institute – het Amsterdamse kennisinstituut voor grootstedelijke vraagstukken en partner van Amsterdam Smart City – over de kracht van Living Labs en de aanpak van het AMS institute. 

Het Marineterrein in Amsterdam is sinds afgelopen zomer een Living Lab: een afgebakend gebied als een ideale testomgeving voor tal van innovaties. Zo wordt er fosfor onttrokken aan urine om te gebruiken als mest en wordt van dezelfde urine schoon water gemaakt. Ook onderzoekt het bedrijf BOOMBRIX innovatieve manieren om de gezondheid van bomen in de gaten te houden. AMS Institute werkt voor het Living Lab op het Marineterrein samen met Bureau Marineterrein, Amsterdam Smart City/Amsterdam Economic Board en NEMO.

Op het Marineterrein kunnen ook andere partijen experimenten doen. Aankomende zomer zal er bijvoorbeeld gemeten gaan worden hoeveel mensen aan het zwemmen zijn in de binnenhaven van het Marineterrein. Dat levert naast waardevolle informatie over de drukte op het terrein ook veel inzicht op over de juridische en privacy-aspecten die spelen bij dit soort experimenten. Programmaleider Leendert Verhoef: “Zo’n onderzoek draagt dus bij aan verantwoord datagebruik in de stad, een van de thema’s van AMS Institute: Hoe kan in een stad de toenemende hoeveelheid sensoren burgers privacy en veiligheid bieden? Wanneer zet je een camera aan of uit?”

Oplossingen voor problemen in steden vinden

Grootstedelijke uitdagingen van de stad beter begrijpen en oplossen is de kern van het werk van Amsterdam Institute For Advanced Metropolitan Solutions (AMS Institute). Het instituut is een samenwerking van de Technische Universiteit Delft (TU Delft), Wageningen University & Research (WUR) en het toonaangevende Massachusetts Institute of Technology in opdracht van de stad Amsterdam. Bij het implementeren van oplossingen kunnen living labs een cruciale rol spelen.

“Living labs vormen een belangrijke kern in onze manier van werken”, legt Verhoef uit. “Bij het teweegbrengen van veranderingen in de stad schort het vaak aan de verbinding tussen praktijk en wetenschap. Daardoor duurt het soms wel tien jaar voor een idee via het laboratorium en productontwikkeling breed wordt uitgerold. Dat is te langzaam als je kijkt naar de urgente uitdagingen waar we voor staan. Met een living lab kunnen we dit proces versnellen.”

AMS Institute heeft een eigen masteropleiding: MADE, een joint degree van TU Delft en de WUR. Dat staat voor Metropolitan Analysis, Design and Engineering. “Onze studenten leren hier hoe zij grootstedelijke veranderingen kunnen sturen. In het tweede jaar van hun master doen ze allemaal een groot living-labproject bij bedrijven, de gemeente of andere organisaties” vertelt Verhoef.

Wat is een Living Lab precies?

De simpelste definitie van een Living Lab is volgens Verhoef simpelweg het uitleggen van de twee woorden. “Lab staat voor laboratorium, een ruimte waarin je experimenten uitvoert. Living betekent dat er allerlei mensen in rondlopen, in wonen of aan deelnemen, net als in de werkelijkheid.”

En zo’n Living Lab kan dus een belangrijke rol spelen bij grootstedelijke uitdagingen. Daarvoor moet een uitdaging meestal worden opgeknipt in kleine stukjes, zegt Verhoef. De groeiende stad heeft bijvoorbeeld consequenties voor de kades, muren en bruggen in de stad: zijn die wel bestand tegen het toenemende verkeer? AMS Institute is verschillende Living Labs gestart om de kadevernieuwing te versnellen en duurzamer te maken. Daarin worden onder meer monitoring, levensduurverlenging en bouwlogistiek onderzocht.

Goed testen in de praktijk versnelt de uitrol van oplossingen

Living labs bieden volgens Verhoef in de eerste plaats versnelling bij het implementeren van oplossingen, zegt Verhoef. Ze zorgen ervoor dat een innovatie veel sneller breed uitgerold kan worden. AMS Institute gebruikt voor het innovatieproces de analogie van de hinkstapsprong, waarbij het Living Lab dan de stap is: de afzet die cruciaal is om uiteindelijk – bij het uitrollen van de oplossing – ver te komen.

Zonder samenwerking lukt het niet

Een belangrijke succesfactor is de samenwerking tussen alle partijen. “De belanghebbenden hoeven niet hetzelfde belang te hebben, maar hun belangen moeten wel op een lijn liggen”, legt Verhoef uit. In Amsterdam Zuidoost werken Gemeente Amsterdam, AMS Institute, TU Delft, klimaatorganisatie EIT Climate-KIC, UvA en burgers samen aan versnelling van een energieneutraal stadsdeel. “We hebben een gedeelde visie, maar wel vanuit verschillende belangen. De universiteit onderzoekt hoe je kunt monitoren of energie-ingrepen effectief zijn, de gemeente heeft in haar beleid energieneutrale ambities geformuleerd, EIT Climate-KIC wil een koolstofdioxide-vrije maatschappij bereiken en burgers hebben belang bij werkgelegenheid, meer comfort in huis, en ze willen energiearmoede voorkomen. Deze belangen zijn niet strijdig met elkaar. Dan werkt het goed.”

Verschillende culturen respecteren

Naar andere succesfactoren is het onderzoek in volle gang, maar Verhoef wil alvast een tipje van de sluier oplichten. “Het is belangrijk om vast te houden aan een gestructureerd proces, zoals professor Ellen van Bueren dat in onze methodiek ook schetst. Je hebt misschien de neiging — helemaal als je met veel verschillende partijen werkt — om de makkelijkste weg te zoeken, maar soms is het echt nodig om de moeilijke weg te bewandelen. Daarnaast is het belangrijk om je bewust te zijn van de verschillende culturen waarmee je samenwerkt. Benoem die vooraf ook, en respecteer de verschillen. Een wetenschapper werkt met andere tijdslijnen en resultaten dan een productontwikkelaar. Dat kan prima samengaan, als je het vooraf maar bespreekt.”

Universiteiten en overheden vanuit de hele wereld komen naar AMS Institute als ze iets willen weten over Living Labs. Verhoef rekende uit dat hij vorig jaar met ongeveer veertig nationaliteiten in aanraking kwam via de lezingen en workshops die hij gaf over het onderwerp. In juni bracht AMS Institute bij de Urban Living Lab Summit voor het eerst veel internationale kennis samen over dit onderwerp, dit jaar vindt er een tweede editie plaats.

Tips om meteen toe te passen: het AMS handboek voor Living Labs

AMS Institute gebruikt de Living Labs dus niet alleen om specifieke oplossingen te testen, maar ook om (delen van) het concept zelf nader te onderzoeken en te duiden. Wat werkt wel en wat werkt niet in een Living Lab, wat mag wel en wat mag niet?

AMS Institute bundelt ervaringen met Living Labs in tools en handboeken voor bouwers en deelnemers. Neem bijvoorbeeld de eerder genoemde methodiek Urban Living Labs, A living lab way of working. Dat is gids voor organisaties die Living Labs willen starten of eraan willen deelnemen. In het boekje staan verschillende voorbeelden van Amsterdamse Living Labs en de voorlopige lessen uit de wetenschap en de praktijk. Voorlopig, want Living Labs vormen een onderzoeksgebied dat volop in ontwikkeling is, legt Verhoef uit: “Er zijn bewijzen dat ze goed werken, maar de moeilijkheid is dat je moeilijk twee verschillende situaties — een met en een zonder Living Lab — naast elkaar kunt testen.”

Hoe het AMS instituut naar Urban Living Labs kijkt: who, where, why en what. Bron AMS.

Wat komt er ná het Living Lab?

Dat Living Labs ook beperkingen hebben blijkt uit de veelgehoorde kritiek erop. What’s next? Hoe ga je van de stap uit de hinkstapsprong naar de sprong, naar de brede uitrol? Hoe dat wel kan laat de ontwikkeling in Buiksloterham in Amsterdam-Noord goed zien, vindt Verhoef. De Ceuvel was een vrijplaats voor woningbouw op een zeer vervuild stukje grond. Op basis van de ervaringen daar werd verder gewerkt aan de drijvende woonwijk Schoonschip en nu is er met EU-subsidie het veel grotere project ATELIER gestart: hierin werken de gemeente, dertig steden, kennisinstellingen en bedrijven uit elf landen samen aan een energiepositieve wijk. “Kleine experimenten in Living Labs inspireren dus regelmatig nieuwe, grotere experimenten met nieuwe stakeholders.”

Maar niet alle uitrol gaat zo voorspoedig. Sommige experimenten ontgroeien de living-labfase niet. En dat is natuurlijk zonde. Samenwerking blijkt niet altijd makkelijk. En ook intellectueel eigendom en aansprakelijkheid blijken een belangrijke vraag. “Hier hebben we ook nog geen standaardoplossing voor gevonden”, zegt Verhoef. “In een Living Lab is vertrouwen essentieel, maar bedrijven zijn vaak geneigd om afspraken over aansprakelijkheid en intellectueel eigendom in dikke contracten vast te leggen. Dat kost in de eerste plaats veel tijd en is daarnaast niet helemaal in overeenstemming met dat vertrouwen.”

Worden organisaties zelf ook innovatiever door deelname aan living labs?

Verhoef is zelf ook nog benieuwd naar de uitwerking die deelname aan een Living Lab heeft binnen een bedrijf. “We hebben het vermoeden dat organisaties innovatiever worden als ze eraan deelnemen, maar ik gaf laatst een workshop in Stockholm waar ik van de deelnemers begreep dat de resultaten maar mondjesmaat doorsijpelen. Er is dus extra effort nodig om de resultaten binnen een bedrijf verder te verspreiden. Ik ga hier graag met bedrijven verder over in gesprek.”

Door dit soort ervaringen te verzamelen en door zelf mee te doen aan Living Labs of ze in te richten hoopt AMS Institute de wetenschap achter Living Labs verder te verdiepen. “We weten al heel veel, er is alleen nog geen definitief eindantwoord, we zijn onze ideeën dus continu aan het aanpassen.”

AMS Institute is partner van Amsterdam Smart City. Hét innovatieplatform dat met innovatieve bedrijven, kennisinstellingen, overheden en creatieve burgers werkt aan betere straten, buurten en steden. Doe je mee?

Meer weten over het werk van Leendert? Je kunt hem bereiken via leendert.verhoef@ams-institute.org

Bekijk hier deel 1 uit de serie Living Labs: innovatie binnenhalen door buiten te spelen

Tekst: Mirjam Streefkerk
Foto header: AMS instituut.

Goed artikel?

Laat hier achter hoeveel sterren jij het waard vindt.

[Totaal: 4    Gemiddelde: 4.8/5]