Groene leningen in Denemarken – wat onze regio daarvan kan leren

Leestijd: 7-9 minuten

Denemarken is in 2014 gestart met Danmarks Grønne Investeringsfond, ofwel het Groene Investeringsfonds. Het fonds verstrekt leningen aan projecten die een duurzame verbetering vormen ten opzichte van de huidige situatie. En helpt aanvragers bij het vormen van partnerships. Het fonds is een groot succes. Hoe organiseren de Denen groene financiering, en waarom is het vormen van partnerships het allerbelangrijkst?

We kijken naar buitenlandse voorbeelden, omdat onze regio ook bezig is met het opzetten van een groen investeringsfonds, onder de werktitel InvestMRA. De kern van wat de Denen doen is het bouwen van financiële bruggen, vertelde directeur van Danmarks Grønne Investeringsfond Michael Zöllner ons onlangs op zijn kantoor in Kopenhagen. Het gaat vooral om het stimuleren van samenwerkingsverbanden die samen aan een duurzame oplossing werken, en die moeite hebben om leningen te vinden bij banken. En daarbij is storytelling essentieel voor het vormen van partnerships en het veranderen van de mindset van de Denen.

Wat voor soort projecten financiert dit Deense fonds?

Denemarkens Groene Investeringsfonds deelt op de website een breed scala aan voorbeelden, in totaal hebben tot nu toe 56 bedrijven geprofiteerd van de groene leningen. Het vertellen van de bijbehorende verhalen is minstens zo belangrijk om echt verandering te creëren, vinden ze bij het fonds. Het gaat in de projecten altijd om energiebesparing, duurzame energie en het efficiënt gebruik van hulpstoffen. Een greep:

  • Groenere textiel voor werkkleding: het bedrijf Neutral is een duurzame koploper in de de kledingindustrie. Het is inmiddels 100% duurzaam, met de vijf keurmerken GOTS, Fairtrade, EU Flower, SA8000 en Oeko-Tex. Daarnaast heeft het bedrijf zijn eigen energienorm ontwikkeld, die garandeert dat de productie gebruikmaakt van hernieuwbare energiebronnen. Een lening van het Deense Groene Investeringsfonds hielp bij de financiering van productontwikkeling, implementatie van nieuwe IT-systemen en uitbreiding van de voorraden.

 

 

  • Oude visnetten hoogwaardig verwerken: de startup Plastix kreeg een lening van ruim 3 miljoen euro om de productiecapaciteit van een plastic-recyclingsfabriek uit te breiden. De fabriek zet gebruikt plastic om in hoogwaardige kunststof grondstoffen, bijvoorbeeld uit opgeviste visnetten. De CO2-emissies worden daarmee met 95% beperkt.

 

  • Warmte-as-a-service: het bedrijf Solid Energy kreeg financiering om een duale warmtepomp te ontwikkelen, die zowel op gas (dat in Denemarken nu nog heel goedkoop is, ook door belastingvoordeel) als op elektriciteit kan werken. Hiermee kan verduurzaming geleidelijk worden ingevoerd in de stadsverwarmingssector, en worden operationele kosten beperkt. Bovendien verkoopt Solid Energy niet de warmtepomp, maar de warmte zelf, aan gemeentelijke stadsverwarming in de Deense stad Rinkøbing. Het Deense Investeringsfonds brengt het bedrijf ook in contact met andere mogelijke investeerders.

 

  • Milieubescherming door slimme behandeling ballastwater: schepen nemen regelmatig ballastwater mee van de ene naar de andere kant van de oceaan. Om de verspreiding van invasieve soorten te beperken en de biodiversiteit (en de visserijsector) te beschermen, heeft de VN een verdrag aangenomen dat ballastwater in de toekomst behandeld moet worden voordat het geloosd wordt. Ook de Verenigde Staten hebben al dergelijke regels. Dat gebeurt nu vooral door UV-behandeling, filtratie of het toevoegen van chemicaliën. Energieintensief en ook slecht voor het milieu.
    Het Deense bedrijf Bawat bedacht iets nieuws: Bawat pasteuriseert het ballastwater, met restwarmte uit de scheepsmotor.  Door een lening van het Deense Groene Investeringsfonds kon het bedrijf de technologie testen en goedkeuring krijgen voor de Verenigde Staten. Het fonds brengt het bedrijf ook in contact met diverse havens, die het bedrijfje zelf lastiger kan bereiken. Idee is om ook consortia te vormen met andere bedrijven die in het buitenland de technologie kunnen toepassen.

Het Deense Groene Investeringsfonds in het kort

Soorten projecten

  • De leningen van het fonds gaan naar projecten die net na de proof of concept fase zitten, en nog voor de proof of business fase. Een fase met een hoog risico, maar dat is nodig voor het creëren van nieuwe businessmodellen.
  • Wel moet er altijd co-financiering zijn door andere investeerders (bij voorkeur commerciële banken), de leningen dekken maximaal 60 procent van de kosten.
  • Van de projecten bevindt 1/3 zich in de vroege fase, 1/3 in de acceleration fase en 1/3 in de groeifase.

Ambities van het fonds

Aan beslissingen van het fonds liggen altijd de volgende ambities ten grondslag:

  • We vervangen fossiele brandstoffen door hernieuwbare energiebronnen.
  • We beperken de totale consumptie van energie en grondstoffen.
  • We streven altijd naar meetbare verbeteringen ten opzichte van de huidige alternatieven.
  • We inspireren onze cliënten om tenminste één stap omhoog en één stap omlaag in de value chain te kijken.

Meten van de duurzame prestaties

Alle projecten moeten een aanzienlijke verbetering leveren ten opzichte van de huidige situatie, gemeten aan de hand van de volgende groene indicatoren:

  • CO2-equivalenten
  • NOx-emissies
  • SOx-emissies
  • Energieverbruik (incl. samenstelling van de gebruikte energiebronnen)
  • Waterverbruik
  • Gebruik van schadelijke materialen
  • Afval, upcycling van materiaal bij productie en recycling van afval

Hoe beoordeelt het fonds of projecten geschikt zijn?

De eerste check of een project in aanmerking komt, draait om de volgende vier financieringscriteria:

  • Groen effect: het project moet bijdragen aan duurzame ontwikkeling van de maatschappij en aantoonbaar duurzaam effect hebben, dat continu gemeten en teruggekoppeld kan worden.
  • Economie: het project moet economisch rendabel zijn. Terugbetaling van de lening moet mogelijk zijn binnen de overeengekomen periode. Technologie die nog niet bewezen economisch rendabel is, kan geen financiering krijgen van het fonds.
  • Marktpotentieel/-vraag: het product, de kennis of de technologie moet op een of andere manier schaalbaar zijn en daarmee kunnen bijdragen aan groei, bijvoorbeeld in de vorm van groei van export.
  • Sociaal-economisch rendement: de financieringsactiviteiten van het fonds moeten bijdragen aan groei en nieuwe werkgelegenheid.

De Board van het fonds bestaat uit 6 professionals uit de energiesector en de financiële wereld, verantwoordelijk voor algemeen en strategisch management van het fonds. Voor secretariële en administratieve ondersteuning is het fonds ingebed in het Danish Growth Fund.

Wat zijn de voorwaarden van de leningen?

Leningen variëren van omgerekend circa 300 000 euro tot 15 miljoen euro, met een looptijd van maximaal 30 jaar, en tot 60 procent van de totale kosten van het project. De aanvrager betaalt ook aanvraagkosten en eventueel kosten voor het vaststellen van het onderpand of onderzoek dat nodig is. Als het fonds niet meteen kan beoordelen of een partij in aanmerking komt voor een lening, moet de partij zelf een aantal potentiële klanten aanleveren, die worden dan gecheckt. Ook eventueel aanvullend onderzoek naar de duurzaamheid moet de aanvrager zelf betalen.

Het fonds bepaalt het rentepercentage aan de hand van twee componenten: het risico van het project en de kosten van de lening. Het rentepercentage is altijd hoger dan het percentage dat bedrijven bij de bank krijgen, want het fonds mag uiteraard niet met de markt concurreren.

Het systeem is verder hetzelfde als dat voor gewone leningen: als een begunstigde zich niet aan de voorwaarden houdt, mag het fonds de lening intrekken. Daarbij zijn de normale voorwaarden uitgebreid met ‘green covenants’: afspraken over de duurzaamheidsprestaties van het project.

Tot nu toe is het nog niet voorgekomen dat een lening werd ingetrokken. Hoogstens liepen projecten vertraging op. Dat kwam vooral voor bij early stage bedrijven, met weinig ervaring op de markt.

Hoe beoordeel je de groene prestaties?

Het Deense Groene Investeringsfonds beoordeelt de groene prestaties van de aanvragers aan de hand van het volgende lijstje indicatoren:

  • CO2-equivalenten
  • NOx
  • SOx
  • Energieverbruik (incl. samenstelling van energiebronnen)
  • Waterverbruik
  • Gebruik schadelijke materialen
  • Afval, upcycling van materiaal bij productie, recycling van afval

Daarbij handelt het fonds heel pragmatisch: als het project een aanmerkelijke verbetering is ten opzichte van de huidige situatie, dan is aan de groene prestatie-eisen voldaan. Het kan dus zijn dat een aanpak gefinancierd wordt die nog wel fossiele brandstoffen verbruikt, maar minder dan in de huidige situatie. Of dat een idee geen totaaloplossing is in de energietransitie of circulaire transitie, maar wel bijdraagt aan een volgende stap.

Hebben de leningen het gewenste effect?

Het Deense Groene Investeringsfonds heeft tot nu toe leningen verstrekt aan 56 bedrijven, en heeft een totaal leningsportfolio van 185 miljoen euro. De totale investeringen die gepaard gaan met het portfolio zijn 690 miljoen euro, wat een multiplier van bijna 4 is. Private investeerders kijken steeds vaker naar de deal flow van het fonds – zelf hebben private partijen moeite om goede projecten te vinden in de groene hoek. Het fonds profileert zich heel duidelijk met de boodschap dat Deense bedrijven klaar zijn voor de groene transitie. Dat is ook wat de Deense overheid sinds jaar en dag communiceert met de State of Green site, waarop alle Deense groene bedrijven te vinden zijn. Leidraad is het ontkoppelen van economische groei en energieverbruik, zoals te zien is in onderstaande grafiek. Nationaal beleid met een lange adem heeft dus zeker effect: de Denen zetten al sinds eind jaren ’80 op allerlei manieren in op een groene economie.

Grootste probleem bij groene innovaties is vinden van de juiste partners

Volgens fondsdirecteur Zöllner gaat het in de groene transitie vooral om de driehoek van kapitaal, technologie en nieuwe business modellen. Centraal daarin staan partnerships, die zijn de motor voor verandering en nieuwe business modellen. Het gaat erom dat de markt op een andere manier betreden wordt, om daadwerkelijk een stap in de transitie naar een duurzame samenleving te zetten. Huidige financieringssystemen zijn gebaseerd op groei op dezelfde manier als voorheen. Transities betekenen een andere manier van samenwerken tussen spelers in de waardeketen. En een groot deel van wat het Deense Groene Investeringsfonds doet is het helpen bij het vormen van samenwerkingsverbanden. Om partners te benaderen die de bedrijven nodig hebben voor een volgende stap, maar die ze zelf niet zo gemakkelijk bereiken. Het fonds financiert dan zo’n volgende stap met een lening.

Dat het fonds alleen leningen verstrekt en geen investeringen doet heeft als reden dat dit bij wet is vastgesteld, het is niet per se een pre.  In het ideale geval heb je alle soorten financiering onder één dak, vindt Zöllner. Dus advies aan duurzame ondernemers, consulting, kapitaalinvesteerders, banken, links met onderzoeksinstellingen etc. Zodat bedrijven gemakkelijk hun weg vinden in duurzaam doch rendabel ondernemerschap.

Drie lessen voor de regio

Voor onze regio zijn er in ieder geval drie lessen mee te nemen:

  • Het vormen van samenwerkingsverbanden is minstens zo belangrijk als het verstrekken van een zak geld.
  • Onderschat in de transities niet de kracht van storytelling, we hebben nieuwe duurzame verhalen nodig, en ‘ouderwetse’ private investeerders zijn ook steeds meer op zoek naar duurzame cases.
  • Wees pragmatisch in de beoordeling van projecten: een groene verbetering ten opzichte van de huidige situatie is al een stap in de goede richting.

Foto-credits: header @vollygda via Twenty20; handen @Tereza via Twenty20;fietsen @vevymuch via Twenty20

 

 

 

Goed artikel?

Laat hier achter hoeveel sterren jij het waard vindt.

[Totaal: 1   Gemiddelde:  5/5]