“Wat weet jij nou van de economie van morgen?”

Gesprek met William Stokman

 

De Metropoolregio Amsterdam (MRA) scenario’s zijn door de gemeente Amsterdam gebruikt om antwoord te geven op de vraag: hoe zien werkmilieus er in de toekomst uit? Dit heeft geresulteerd in beleid voor de gebiedsontwikkeling van Amsterdam dat rekening houdt met meerdere toekomstbeelden en een diversiteit aan bijbehorende werkmilieus.

Inbouwen van variatie en flexibiliteit in ruimtelijk-economisch beleid

William Stokman, ruimtelijk-economisch adviseur van de gemeente Amsterdam, was verantwoordelijk voor de strategie ‘Ruimte voor de economie van morgen’. Dit stuk biedt de visie en de kaders, de ruimtelijk economische bouwstenen, voor de gebiedsontwikkeling van Amsterdam. Centraal stond de vraag hoe werkmilieus er in de toekomst uit zouden zien. Toen Stokman met dit vraagstuk startte, kreeg hij van een collega de vraag: “wat weet jij nou van de economie van morgen?” Een goede vraag, besefte Stokman, dat weet namelijk niemand precies. Aangezien niemand precies de toekomst kan voorspellen, realiseerde hij zich dat je juist rekening moet houden met diverse mogelijke toekomsten in strategie en dat je vooral flexibiliteit en adaptiviteit daarin moet inbouwen. Je vastpinnen aan één mogelijk toekomstbeeld, vaak een wensbeeld, is in zo’n onzekere en dynamische wereld waarin we leven, haast niet meer te doen.

Voorkomen van wensdenken

Stokman had eerder wel eens gehoord over de MRA scenario’s en die denkwijze sprak hem wel aan. Door scenario’s te gebruiken sorteer je niet voor op één toekomstbeeld. Je houdt rekening met meerdere toekomsten, die allen plausibel en denkbaar zijn. Hierdoor hoef je ook geen standpunt in te nemen over bepaalde voorspellingen, want zelfs de meest gerenommeerde economen verschillen onderling in hun visies op en voorspellingen over de toekomst. Scenario’s gaan er bovendien van uit dat het mogelijke toekomsten zijn die je kunnen ‘overkomen’, of je ze nou wenselijk vindt of niet. Hiermee voorkom je ook een soort ‘wensdenken’. Scenario’s vormden zo een soort neutrale, breed gedragen argumentatie waarop hij goed verder kon werken.

Scenario’s leveren een breder palet aan opties

Zonder de MRA scenario’s zou het uiteindelijke beleid er heel anders hebben uitgezien, denkt Stokman. Scenario’s waren in het verleden eigenlijk nog maar weinig toegepast op het gebied van werkmilieus. Veelal keek men vroeger naar statistische projecties, naar één specifieke voorspelling en ontwikkeling, waardoor werd ingezet op één specifiek werkmilieu. Door te werken met scenario’s ontstond juist een breder palet aan keuzes. De scenario’s hebben het mogelijk gemaakt dat de stad zoveel mogelijk diversiteit aan werkmilieus kon inbouwen, opties openhoudt in het licht van onzekerheid, maar wel op zo’n manier dat wanneer de wereld zich richting bepaalde scenario’s gaat bewegen, je altijd nog kunt bijsturen. Zonder de scenario’s was het lastig om zo’n diversiteit sluitend te beargumenteren.

Minder focus op cijfers, meer aandacht voor kwalitatieve vraag

Daarnaast zorgden de scenariomethode ook voor een interessant discours, observeerde Stokman. Eentje waar minder de focus lag op specifieke sectoren en cijfers, maar juist meer gericht op de kwalitatieve vraag naar soorten werkmilieus in verschillende mogelijke toekomstige contexten. Dit maakt het uiteindelijke beleid ook een stuk minder kwetsbaar, want als het beleid teveel zou leunen op één mogelijke ontwikkeling van de economie en bepaalde sectoren, zorg je ervoor dat je later bepaalde kansen niet meer kunt verzilveren omdat je jezelf al teveel in bepaalde richting hebt gemanoeuvreerd. Door met meerdere toekomsten rekening te houden, is de kans groter dat je uiteindelijk goed zal zitten.

Kom tot de essentie en maak het visueel

Een belangrijke les die Stokman heeft geleerd, is om de scenario’s ‘klein te slaan’ tot de essentie. Waar draait het scenario nou echt om? Kun je het scenario samenvatten in een paar zinnen die voor het vraagstuk waarvoor je staat het meest relevant zijn? Dat geeft de meeste houvast in het uitwerken van strategieën of plannen. Complete scenarioverhalen zijn zeker nodig voor de onderbouwing van die essentie, maar kunnen voor concrete toepassing verwarrend werken. Hou die dus achter de hand. Wat helemaal goed werk is om te kijken of je de essentie van scenario’s visueel kunt maken. Bijvoorbeeld door te werken met infographics en bepaalde kleuren voor scenario’s. Hierdoor kun je ervoor zorgen dat je ook met mensen die minder met de complete scenarioverhalen bekend zijn, snel de juiste strategische discussies kunt voeren.

 

 

Goed artikel?

Laat hier achter hoeveel sterren jij het waard vindt.

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]